|
Pencak Silat is een
verzamelnaam voor de traditionele verdedigingskunsten uit Indonesië. Het volk
van Indonesië heeft gedurende honderden jaren deze verdedigingskunsten
ontwikkeld om zich te kunnen verdedigen tegen indringers. Omdat Indonesië een
groot archipel is dat bestaat uit duizenden als aan een ketting geregen
eilanden, waren de bewoners kwetsbaar voor indringers van buiten. Er is tot op
heden een grote verscheidenheid aan culturen in het land. Het wordt bevolkt door
verschillende rassen, die waarschijnlijk zijn gekomen tijdens de grote
immigratiegolven in de jaartelling 2500 to 1000 jaar voor Christus. Om deze
reden kan gesproken worden van
verdedigingskunsten. Elk gebied in Indonesië ontwikkelde haar eigen
verdedigingkunst. Het is niet juist om te spreken van een vechtsport of
vechtkunst, omdat Pencak Silat zuiver voor verdedigingsdoeleinden werd gebruikt.
Omdat de verdedigingstactieken door de tijd heen in verschillende gebieden zijn
ontstaan, kan niet precies worden vastgesteld wat het begin was. Sinds de vijfde
eeuw na Christus waren er Hindoe koninkrijken in Indonesië. Deze werden
voortgezet door koninkrijken van het Boeddhisme en de Islam. Uiteraard hadden
volkeren van buiten Indonesië invloed op de ontwikkeling van de
verdedigingskunsten. Omdat deze volkeren het land binnenkwamen, kregen de
bewoners kennis van hun technieken. Zo hebben de technieken van de Kuntao,
tegenwoordig bekend onder de naam Kungfu, invloed gehad. Er kan zelfs gezegd
worden dat Pencak Silat nagenoeg gelijk is aan Kung Fu. Het verschil is dat de
Indonesiërs lage standen gebruiken, omdat het land bergachtig is: met behulp van
de lage standen kan men zich bijvoorbeeld verschuilen, of een val opvangen. De
Chinezen echter zijn vanuit hun eigen land gewend aan vlakke oppervlakten,
waardoor zij hoger staan in een gevecht, hetgeen er statischer uitziet.
De verdedigingskunsten van Indonesië werden ontwikkeld in de hoofdsteden als
culturele centra en verbreidden zich door de hele koninklijke territoria. Toen
de regio's onder autoriteit stonden van de Westerse koloniale machten, waren de
opleidingen in de zelfverdegingingskunst verboden. Zij werden namelijk gezien
als middel om de nationale geest te ontwikkelen. Gedurende de Japanse bezetting
stond de koloniale regering het volk toe om hun cultuur vrij te ontwikkelen. De
bedoeling was om de steun van de Indonesiërs te krijgen in de strijd. Het werkte
echter tegen hen, want de verdedigingskunsten hadden een geheime, maar zeer
belangrijke rol in de bevrijding van Indonesië.
Tegenwoordig telt Indonesië meer dan 130 miljoen inwoners en kan het verdeeld
worden in minstens tien belangrijke etnische groepen. Alhoewel elke groep een
eigen godsdienst, taal en gebruik heeft, spreekt vrijwel iedereen de officiële
taal, de Bahasa Indonesia. Deze taal is vergelijkbaar met het AN (het algemeen
Nederlands).
Dat de mensen in Indonesië verschillende afkomsten hebben, wordt weergegeven in
de wapenspreuk van het land: “Bhinneka Tunggal Ika”. Dit betekent, vrij
vertaald, ‘Eenheid in verscheidenheid’. Om de wapenspreuk tot uiting te laten
komen, zijn sinds 1948 de verdedigingskunsten verenigd onder de naam Pencak
Silat, waarbij elke kunst de eigen identiteit behoudt. De Indonesische Pencak
Silat Bond werd opgericht onder de naam IPSI (Ikatan Pencak Silat Indonesia).
Naar boven
|
|
De term
Pencak Silat is dus een verzamelnaam van de Indonesische verdedigingskunst (in het
Indonesisch Beladiri genaamd). Deze bestaat uit honderden stromingen (aliran) en
duizenden stijlen (bentuk of gaya). Pencak en Silat zijn verschillende
begrippen. Pencakkers kennen de Silat niet en andersom.
Het woord Pencak wordt gewoonlijk gebruikt door de inwoners van Midden- en
Oost-Java, Madura en Bali. De Silat wordt beoefend door de bevolking in andere
Indonesiche en Maleisische streken, zoals West-Java en Sumatra.
Eigenlijk is het dus Pencak en Silat: twee kunsten gecombineerd. De IPSI
hanteert echter de verzamelnaam (lumbung) Pencak Silat. Deze combinatie van de
woorden Pencak en Silat als één begrip, werd voor het eerst gebruikt op 18 mei
1948, toen de Indonesische Pencak Silat Bond, de IPSI (Ikatan Pencak Silat
Indonesia), werd opgericht. Voor die tijd bestonden de namen Pencak en Silat nog
niet, en hadden de mensen het over ‘zelfverdediging’ en ‘spel’
(‘main’). Ze vroegen
bijvoorbeeld: “Wat voor spel speel je?“
Pencak staat voor een stroming of stijl die haar verdedigings- en technieklopen
in driehoeksverband uitvoert, al dan niet springend. Zoals in het hanengevecht,
dat veel voorkomt in Oost-Java.
De Silat wordt uitgevoerd in een cirkelvorm en maakt gebruik van verschillende
dierenstijlen, zoals de tijger, panter, slang en aap. Dieren zoals een tijger en
een slang besluipen hun prooi langs de achterkant. Zij maken een cirkelvormige
beweging. Omdat de Chinezen in de silatgebieden kwamen en niet in de Pencak
gebieden, heeft de Kung Fu alleen op de Silat invloed gehad.
Bij de Silat hoort ook de dans. Een bekende Silat stroming is de Tjimande Tari
Kolot, die bovenstaande vereniging beoefent. Deze kunst begint met een inwijding. De dans is een essentieel onderdeel,
hieraan kan een Tari Kolot beoefenaar herkend worden.
De identiteit
van Pencak Silat als zelfverdedigingssysteem is bepaald door drie principiële
waarden. De eerste is de cultuur van het
volk, hun originele oorsprong en hun waarden. De tweede is de
filosofie van de edele geest/ het nobele
karakter en de juiste motivatie voor het gebruik van Pencak Silat. De derde
waarde is de Pencak Silat zelf, die vier
aspecten heeft: mentaliteit-spiritualiteit, zelfverdediging, kunst en
sport.
Klik hier
om meer te lezen over de drie
principiële waarden.
Naar boven |